Reisverslag Fam. Jan Terwisscha Scheltinga - 1.

Java en Bali – Juli en Augustus 2010.

Onze chauffeur voor de komende 19 dagen (alleen op Java) heet Agus. Hij lijkt ons meteen al heel aardig, wat natuurlijk altijd een opluchting is. Hij rijdt voor ons reisbureau (Dari-Java) Nederlanders rond in Java. Door al die Nederlanders kent hij ook een paar zinnetjes Nederlands. Lekker slapen, lekker eten, allemachtig prachtig, mooie berg ;) , en natuurlijk Skeveníngen. Zo ’s nachts in Jakarta vrij rustig, niet erg veel verkeer. Vanaf de grote snelwegen ziet het er ook niet zo vies uit. In een half uurtje komen we aan bij ons hotel, het Santika Premier hotel. Het hotel is verder prima, niets op aan te merken. We zeggen gedag tegen Agus, morgenochtend zullen we hem weer ontmoeten.  Op dit tijdstip willen we alleen nog maar slapen...

Morgen gaan we de belangrijkste sights van Jakarta zien, en de sfeer proeven. Hoe dat is weet ik inmiddels (ik schrijf deze blog later), en in één woord: WOW.

Na een korte nachtrust (we lagen pas tegen twee uur op bed) staan we om half negen op. Het hotel waar we inzitten is eigenlijk prima, het doet niet veel onder voor de viersterrenhotels die we gewend zijn uit Amerika en Europa. Het gratis ontbijt bij dit hotel is ook helemaal goed, enorm veel keuze. Gelukkig zijn er ook gewoon pastries voor mijn Nederlandse maagje, ik moet er niet aan denken om zo warm en hartig te ontbijten ;).

Na het ontbijt ga ik naar de kamer om de blogs van de eerste twee dagen te uploaden. Helaas moet je hier tijdens spitsuur enorm lang wachten op een lift, er zijn er maar vier voor het hele hotel. Blijkbaar niet genoeg dus. Er lopen hier ook groepen Aziatische jongens, wat ze hier doen weet ik niet, maar het is heel opvallend dat ze Engels met elkaar praten. Misschien interessantdoenerij (mooi scrabbelwoord)?

Om half tien ontmoeten we Agus weer in de lobby, hij heeft zijn broer (die in Jakarta woont) meegenomen vandaag, om te helpen het verkeer te navigeren. Hij lijkt ons erg aardig, Indonesiërs zijn volgens mij sowieso oprecht erg hartelijk.

Als eerste gaan we richting de old harbour rijden, en onderweg maken we een stop bij een Aziatische ‘mall’. Zo’n gebouw met nauwe gangetjes, lage plafond, en heel veel elektronica ‘hokjeswinkels’. Grappig om een keertje te zien. We kopen hier een Indonesische simkaart, zodat we makkelijk telefonisch contact met onze chauffeur kunnen houden. Dat kan ook wel met onze Nederlandse simkaart, maar dat kost 2,25 per minuut: auch!

Jakarta is echt een overweldigende stad. Voor Jan, Sara en ik is dit de eerste keer naar Azië, dus is sowieso alles anders. Het verkeer is echt madness, brommers, auto’s, mensen, alles gaat gewoon door elkaar heen. Er zijn wel netjes afgebakende rijbanen, maar waar er drie zijn, worden er vier of vijf gebruikt ;) . Wat gelijk opvalt is hoe erg vervuild deze stad is, overal op straat ligt vuil. En de kanalen, die stinken echt verschrikkelijk. Desondanks is het toch leuk voor ons om een keertje mee te maken. Het is ook grappig te zien hoe iedereen meehelpt het verkeer te regelen. Overal staan mensen te zwaaien en gebaren te maken. Als iemand je heeft geholpen met inparkeren bijvoorbeeld, dan geef je ze een briefje van 1000 rupiah via het raam.

Na het kopen van de simkaarten gaan we aan de overkant van de straat koffie drinken. Agus moet ‘zijn babies’ (zijn buik) nog voeden met een ontbijtje, rijst en soep hier. Dan gaan we verder naar de old harbour, in het drukke verkeer. Bij de old harbour maken we onze eerste stop). Hier komt een groot deel van de vracht tussen de eilanden binnen, ze gebruiken hier oude houten schepen voor. Vervolgens rijden we verder naar het oude Batavia hotel. De buitenkant van het hotel is een beetje vervallen helaas, zoals wel veel dingen hier. Over het (vieze) kanaal loopt nog een typische Hollandse brug. Toch grappig om nog even te zien.

Old harbour Batavia hotel
Tussendoor krijgen we honger. Agus en zijn broer nemen ons mee naar een typisch Indonesisch straattentje. Het interieur is armzalig, maar het eten is er goed. Vlak om de hoek is het Monas-monument, ter ere van Soekarno, de oprichter van de republiek. Helaas is de toegang tot de top al gesloten als wij er zijn, tot drie uur was het monument geopend. Toch is het fijn eventjes in een open ruimte te zijn, want het park er omheen is aardig groot. We wandelen een klein stukje verder naar het presidentiële paleis. In dit paleis werkt de president deze dagen, maar het was ook de locatie van de onafhankelijkheid in 1949. Als wij eraan komen gaat de president net weg. Een enorme stoet aan auto’s en motoren komt de hekken uitgereden. Grappig dat dat net gebeurt als wij er zijn! Toch was het spectaculairder vorig jaar om Obama te zien arriveren bij het witte huis, hij brengt vier helikopters!

Monas monument ter ere van president Soekarno Stoet auto's met president Susilo Bambang Yudhoyono
Agus en zijn broer pikken ons weer op van de straat in het drukke verkeer. We zijn inmiddels allemaal best wel moe, we besluiten dus maar terug te rijden naar het hotel. We komen nog langs de wijk met de hoge torens. Die staan trouwens vrij netjes aan een lange laan, maar direct daarachter beginnen de schots-en-scheef gebouwde huisjes alweer. Cityplanning is niet hun sterkste punt hier, en dan te bedenken dat Singapore ooit model stond voor Jakarta!

Bij het hotel nemen we afscheid van Agus en zijn broer. We hebben een leuke, interessante en vermoeiende dag achter de rug. Rond een uur of zeven gaan Jan en Roelfien een hapje eten om de hoek. Sara en ik zijn allebei erg moe, en ik heb even totaal geen zin in Indonesisch. We bestellen via de conciërge een pizza bij de pizzahut. Ik ga terug naar de kamer om wat te internetten en de blog te typen. Als Jan en Roelfien terug zijn 45 minuten later is de pizza er nog niet. Roelfien gaat in de lobby zitten wachten op de pizza, en die komt maar niet. Heel het hotel is in rep en roer als dan uiteindelijk de pizza toch nog komt, niet meer gedacht! Het is een standaard pizzahut pizza, eetbaar dus, maar absoluut niet Italiaans. Sara en ik eten de pizza samen op de kamer op. Rond een uur of tien gaan we na de vermoeiende dag slapen.

Vandaag worden we voor de laatste keer wakker in de grote metropool Jakarta. We genieten weer van het ontbijtje, dat lekker uitgebreid is hier. Om negen uur hebben we afgesproken met Agus. We willen eerst nog een keer langs het Monas-monument, want tussen 8am en 3pm is het wel geopend. Het verkeer vandaag in Jakarta is een stuk rustiger, het is namelijk een weekenddag (zaterdag). Dat is een hele opluchting voor Agus, want het verkeer hier op een drukke dag is een zenuwslopende ramp, hebben we gisteren wel gemerkt. Het duurt dan ook niet zolang voordat we bij het monument zijn. Vandaag is er een of andere bike-race bezig, een heel evenement.
Wij lopen door in de hitte. Het is vandaag erg warm, en vooral super vochtig. Het stukje lopen naar het monument is al een flinke klus, ik vind dit soort hitte misschien nog wel erger dan 45 graden in Dubai, gek, maar waar. We kopen kaartjes om naar de top te gaan, voor slechts 10.000 rupiah per stuk (10.000 rupiah = 1 euro). Maar als we de bijna niet-bewegende rij naar de lift zien, besluiten we het maar voor gezien te laten. Zoveel tijd hebben we niet, en het is erg smoggy anyway. Roelfien geeft onze kaartjes weg aan wat Indonesiërs, die er erg blij mee zijn.

Als we teruglopen worden we gestopt door een groep Indonesische jongeren, ze willen graag met ons op de foto. Jaja, wij gaan niet alleen naar toeristische attracties, we zijn er zelf ook eentje hier! Blond en rood haar zien ze hier niet zo vaak natuurlijk, Jan is wat minder interessant met zijn bruinige huid en zwarte haar, dat kennen ze hier wel natuurlijk. Wij vinden het echt hilarisch als andere toeristen met ons op de foto willen, dus dat is echt geen probleem voor ons.
Terug bij de minivan (Jan, plaats even een foto van onze funky bus ;) ) gaan we snel de auto in op weg richting Bogor. Een stad(je) 60 kilometer ten zuiden van Jakarta. Aangezien het een weekenddag is voorspelt Agus dat het verkeer bumper aan bumper zal staan. Veel (rijkere) mensen uit Jakarta brengen het weekend namelijk door in Bogor, waar de lucht schoner is en de natuur mooier. De Nederlandse kolonisten gingen hier vroeger ook al vaak heen, aangezien Jakarta toen al als onleefbaar werd beschouwd. Ze noemden het Buitenzorg, wat zonder zorgen betekent. Uiteindelijk valt de rit best mee. We gaan via de nieuwe tolwegen, en het verkeer rijdt toch vrijwel altijd wel met minstens 50 km/h door. Om een uur of een komen we aan bij de botanische tuinen, de grootste attractie van Bogor. Deze tuin heeft een van de mooiste en grootste collectie planten ter wereld. Hier zullen we wel een paar uurtjes zoet zijn.
We lopen eerst richting de andere kant van het park, waar een café is. Vrijwel direct nadat we er op uit gaan, barst de hemel op. Eerst een lichte regen, maar al snel plenst het kei en keihard. Ik dacht dat we buiten het regenseizoen zaten? Gelukkig kunnen we zo goed als het gaat schuilen onder de bladen van een of andere exotische boom. Na een minuut of twintig is de bui gelukkig weer voorbij, en wandelen we verder door de nu frisse botanische tuinen.
Bij het café maken we een stop voor een kopje kopi (koffie) en een snack. Eén tip, vertrouw er niet op dat Indonesiërs weten hoe ze westers eten moeten bereiden ;) . Na de lunch wandelen we nog een tijdje door de verschillende delen van het park. Het is echt mooi aangelegd, en de verschillende soorten planten is enorm.

Rond een uur of vier zijn we weer terug bij Agus met de auto. We zijn allemaal best wel vermoeid by now, dus gaan we maar alvast naar het hotel. Het hotel ligt een stukje buiten Bogor, dus moeten we eerst een minuutje of twintig rijden. Het grootste gedeelte van de tijd rijden we over de tolweg. Maar dan komen we bij de opsplitsing van de weg. De kant die wij moeten hebben is afgesloten door de polisi, omdat er te veel verkeer is. Ja, dat kan hier allemaal, hier geen pünktlichkeit te bekennen. Gelukkig weet Agus een ander binnendoorweggetje. Na de eerste keer door de polisi te zijn weggestuurd probeert hij het nog een keer, nu slaan we linksaf een klein zandweggetje op. Vervolgens moeten we rechtsaf en komen we langs een klein landweggetjes met huizen gebouwd aan weerszijden,. Ja, Java is enorm overbevolkt, er wonen hier maar liefst 110 miljoen mensen oid! Het weggetje waar we langs komen is echt geweldig. Heel erg nauw, en iedereen regelt er het verkeer (volksport nr. 1 lijkt het wel). DE plaatselijke bevolking zet zo af-en-toe ook een houten slagboom over de weg, dan geef je ze 1000 rupiah (10 eurocent), en dan gaat ‘ie open. Wij kijken hier echt onze ogen uit, super leuk om een keer te zien. Aan het einde van de weg komen we uit op de weg waar we moeten zijn. Er staat wel polisi, dus Agus knijpt hem even, of ze hem niet alsnog zullen terugsturen. Dat blijkt niet het geval te zijn, dus wij allemaal blij.

Ons hotel (Happy Valley, leuke Inglish naam) ligt behoorlijk afgelegen. Maar de kamers en de tuinen rondom zijn super mooi. We kijken uit over een kleine vallei met rijstterrassen erin, plus een rivier onder de balkons, die flink wat lawaai maakt. Helaas begint het vrijwel direct keihard te regenen zoals eerder op de dag. Maar ja, wij zitten toch lekker op een overdekt balkon. Van Agus hebben we al afscheid genomen, we zien hem morgen om negen uur weer. We eten een (kleine) rijsttafel bij het hotel voor 60.000 rupiah per persoon, dat is hier zelfs al vrij prijzig, een echte toeristenprijs. Het smaakt echter goed, en de tuinen rondom zijn erg relaxed. Wat erg opvallend is, is dat het hotel voor 80% volgeboekt zit met Nederlanders. Sowieso zijn volgens mij op zijn minst 50% van de westerse toeristen hier Nederlands. De zon is trouwens al om zes uur ondergegaan, super vroeg voor de zomer. Dat heeft iets te maken met de evenaar, of zo. Wel een beetje een raar gevoel, aangezien de zon in de winter bij ons allen rond zo’n tijd ondergaat. Na zonsondergang moeten we ook zorgen goed bedekt te zijn. Dit hotel ligt vrij afgelegen en is niet airconditioned, dus zullen we voorzorgsmaatregelen moeten nemen tegen de malariamuggen. We zorgen dat we zo min mogelijk huid onbedekt hebben, en wat onbedekt is smeren we in met een gel met DEET erin, dat is een stofje dat muggen desoriënteert, zodat ze je niet prikken. Verder slapen we hier onder een klamboe. Malaria is erg nasty, daar laat je liever niet je vakantie door verpesten.

Vandaag hebben we een vrije dag te besteden in Bogor. We worden wakker met het heerlijke geraas van de rivier onder ons. Huh, wat is dat daar nou? Jawel, zonlicht! Geen grapje ;) . Na de plensbui van gisternacht nog best een verrassing. Het uitzicht op de rijstterrassen is erg mooi.
Het ontbijt is net als gister echt minimaal, we moeten het doen met wat sneetjes brood, of wat nasi goreng. Voor vandaag hebben we twee dingen op het programma staan, ten eerste een authentieke gamelang (soort gong) fabriek, en daarna een wandeling langs de rijstvelden. We rijden eerst een behoorlijk stuk naar Bogor. De gongfabriek is leuk om te bekijken. Alle gong’s worden gewoon met de hand gemaakt, wat zeer zwaar werk is. Een man of vier moet met loeizware hamers de gloeiendhete gong’s in de juiste vorm slaan. We kunnen ook zelf de gong nog bespelen, wat geweldig klinkt als je een a-muzikaal mens zoals ik laat spelen ;).
We rijden verder richting een piepklein dorpje, waar zich een oude beschreven steen bevind. Vanaf deze steen willen we een wandeling van een uur langs de rijstterrassen gaan maken, om vervolgens bij een ander dorpje uit te komen. Het is wel leuk om de steen eventjes te bekijken, met wat uitleg van de locals. Ze willen ook nog dat we een gastenboek tekenen, grappig. Helaas horen we in de verte al gedonder, erg jammer, want we hadden na die drukke stad wel zin in een wandeling door de natuur. Maar wat doe je eraan hè?
Helaas dus terugrijden richting Bogor, ondertussen breekt de hell los (overdrijven..). Het regent superhard, binnen een mum van tijd is de weg veranderd in een rivier. En dan gebeurt hetzelfde als gisteren weer, dezelfde afslag van de weg is afgezet… fijn! Dus weer via hetzelfde grappige weggetje richting het hotel. Maar helaas hebben we dit keer minder geluk, het laatste stukje is van tweerichtingsverkeer naar eenrichtingsverkeer gegaan. Geen probleem normaal, want het is maar een kilometer lopen. Maar nadat het even droog was geweest, begint het opnieuw keihard te plensen. We schuilen bij een ‘restaurantje’ langs de weg. Het onweert ook flink, en ook vlakbij ons. Op een gegeven moment valt de stroom zelfs voor een kwartiertje uit. Al met al zitten we wel een uur te wachten tot het opklaart. Dan kunnen we eindelijk de laatste kilometer naar het hotel te voet afleggen.
De avond verloopt vergelijkbaar met gisteren. Regen, lekker eten en een razende rivier. Lekker slapen, lekker eten (zoals onze chauffeur het zegt).

Vandaag vertrekken we richting Bandung, via de mooie Puncak pass. Om een uur of half acht is het opstaan geblazen en tijd om uit te checken. Agus staat al te wachten met de minivan om ons vandaag weer verder te rijden. De Puncak pass is erg mooi. We rijden tussen de theeplantages en bergen, terwijl er bebouwing is aan beide kanten van de weg, vrijwel de gehele tijd! Java is echt ongelofelijk overbevolkt, ik denk niet dat er zoiets bestaat als ‘je ergens alleen voelen’ hier ;) . De uitzichten zijn echt prachtig, maar toch mis ik wel een beetje dat gevoel van ruimte en weinig mensen, zoals je in het zuidwesten van Amerika hebt.
We doen vandaag verschillende stops aan. Als eerste stoppen we bij een theefabriek, om te kijken hoe ze de thee hier verwerken. Bij de gatehouse moeten we de entrance fee betalen, maar als we bij het hoofdgebouw aankomen, blijkt dat ze pas om twee uur beginnen! Wat een grapjassen, wel entrance fees vragen en dan niet doen wat je belooft. Agus krijgt het geld gelukkig zonder gemor weer terug.
We maken ook een stop bij een grappig parkje, in the middle of nowhere. Je loopt een klein stukje richting de bergen, een BAM! Een apenparkje, en wat speel dingen. Er is ook zo’n soort van ‘vlieg-kabelbaangeval’, Sara en ik gaan daar vanaf. Terwijl de bediende de uitrusting klaarmaakt lopen wij grapjes te maken over hoe ‘veilig’ het wel niet zal zijn. Sara gaat als eerste, en het is een grote opluchting om te zien dat ze niet gelijk de diepte in pleurt. Daarna ben ik aan de beurt, best grappig om te doen! Dan komt er een of andere camera-crew het park binnen, geen idee waarvan, maar goed. Ineens komen er uit alle hoeken en gaten apen te voorschijn. Leuk toch? Apen in een kooitje is ook maar zo saai.
Lunch hebben we in een restaurant langs de weg gegeten. Het uitzicht was erg mooi, het eten…. Not so much ;) . Roelfien en Sara hadden allebei dezelfde soort soep besteld, iets met vis. Jan en ik hadden allebei ‘salted colt fish’ besteld. Toen de bestelling werd gebracht werd het echt hilarisch. Net toen Sara haar eerste hap nam werd onderstaande foto gemaakt: hahahahahha, epic!
Je kunt wel raden wat ze er van vond ;) . Terwijl Sara en Roelfien een enorme kop soep kregen (die trouwens ‘small’ was volgens de ober), kregen Jan en ik een ini-mini hapje van veeeeels te zoute vis. Alsof ze er een tonnetje zout overheen gegooid hadden. Hilariteit! Nog een foto van een ander gerecht dat Sara probeerde, het viel niet in de smaak J . Gelukkig kon mijn maag in Bandung nog gered worden door them sweetsweet Dunkin’ Donuts. In Bandung zijn we nog langs een muziekopvoering-iets geweest, met Javaanse muziek. Ik was inmiddels erg moe, en ben na 10 minuutjes buiten gaan staan wachten. Ik vond het ook te toeristisch. Jan en Sara zijn wel binnen gebleven, they had a good time.
Ons hotel voor de dag is een beroemd hotel (in Indonesië). Het Savoy homann werd in de koloniale tijd gebouwd in de art deco stijl. Het was ook de plaats van de Azië-Afrika conferentie in 1055), waar leiders van beide werelddelen bijeenkwamen om over oplossingen voor hun gezamenlijke problemen te praten. De leiders sliepen in het Savoy Homann.
We krijgen twee verschillende kamers. Die van Jan en Roelfien heeft 1 king bed en is net gerenoveerd, die van Sara en ik is ietsjes minder modern maar een stuk groter. Diner eten we bij het buffet van het hotel, in een chique (overdekte) garden.

De dag begint niet echt goed. Roelfien heeft waarschijnlijk de turista, ofwel buikloop te pakken. Je bent hier toch vroeger of later de klos schijnt het. Ik voel me ook erg moe bij het opstaan, en ik blijf wel vermoeid gedurende de dag. Na al deze opstartproblemen verlaten we rond half twaalf uiteindelijk het hotel. We gaan eerst naar Jeans street, een enorm kitserige straat waar ze vooral veel (oude) outletkleren verkopen. Het is een flink stuk van ons hotel, blij dat we een chauffeur hebben zeg! De kleren in deze straat zijn niet echt veel soeps, maar de gevels van de winkels zijn wel erg grappig. Achter de straat ligt een moderne mall, met een Starbucks (amen). Daar koop ik natuurlijk wat heerlijke pastries, cinnamon roll, uhm-uh-uuuuhm.
Na de mall gaan we op zoek naar het militaire museum, wat niemand lijkt te kennen. Met behulp van Agus weten we het uiteindelijk toch te vinden. Je moet wel echt weten waar het is, anders zou je het nooit vinden. Jan en Roelfien willen er graag kijken, maar ze mogen alleen met een Indonesische gids naar binnen. Een man biedt zich aan om morgenochtend ze rond te leiden, waar ze graag op in gaan. Sara en ik gaan daarna naar het hotel terug. Duuuus schrijft Roelfien ook nog even een stukje:

Wij gaan een koffiebranderij bezoeken. Een piepklein familiebedrijfje. De eigenaar is meteen enthousiast als hij merkt dat wij Nederlanders zijn. Je zou denken met ons verleden hier, met name de politionele acties , dat Nederlanders hier niet zo geliefd zijn. Maar telkens weer blijkt het tegendeel. De baas geeft ons een rondleiding. Vertelt dat de Nederlanders dit destijds met zijn vader hebben opgezet. Wat opvalt, is dat hij telkenmale de eerlijkheid van de Nederlanders roemt. Begrijpelijk, als je kijkt hoe corrupt Indonesië is. Leuk is om te zien, hoeveel Nederlandse spullen de man bezit: een regulateur, een brandkast en fietsen van de Nederlanders, die zijn vader gebruikte etc. Meestal geven wij wat geld, als wij een fabriekje bezoeken. Maar deze man wil daar niets van weten. Heeft weer een verhaal over de eerlijkheid van de Nederlanders en hoeveel goeds zij hier hebben gedaan. We begrijpen, dat geld geven hier niet gepast is.
Agus wil ons terugbrengen naar het hotel, maar ik heb goed opgelet, hoe de route naar hier was. Lopen is veel leuker, dan zie je veel meer. Dus zeggen we Agus voor vandaag gedag en vervolgen onze weg door een straat met veel motorzaken en aanverwante artikelen. Bij de volgende grote weg, ontdekken we een soort park. Hier gaan we op een bankje zitten kijken. Blijkbaar komen hier geen toeristen, want wij trekken veel bekijks. Een man loopt vlak voor mij langs en zit me uitgebreid en ongegeneerd te bekijken. Wie kijkt naar wie? Na nog een winkelstraat en diverse eettentjes te hebben bekeken, lopen we terug naar het hotel. Het was een geslaagde tocht.
’s Avonds eten we weer uit luiheid en gebrek aan transport in het hotel zelf. Ik neem de spaghetti bolognese, het is eetbaar, maar heeft niet echt de lekkere Italiaanse smaak.

’s Avonds kom ik maar niet in slaap, ik krijg enorme krampen en om drie uur ’s nachts heb ik nog geen oog dicht gedaan. Dan zie ik de Rennies in mijn toilettas, redding? Een uur later blijkt dat ik aan de beurt ben voor de turista… fijn! Pas om vijf uur val ik in slaap, terwijl we om half acht weer op moeten. Een geweldige nacht dus ;) . Vandaag is echt een schijtdag, voor mij en (in mindere mate) Roelfien althans. Als de wekker om half acht gaat voel ik me nog helemaal kapot. Ik was immers pas om een uur of vier à vijf in slaap gevallen na een nachtje op het toilet ;) . Terwijl ik nog probeer een beetje uit te rusten op bed, zijn Jan en Roelfien naar het militaire museum.

Tadaaa, een stukje verslag van Roelfien: “ “Dit is weer erg verrassend. Bij het museum aangekomen , moeten we plaats nemen in het kantoortje. Ze zijn hier blijkbaar niet gewend aan buitenlandse toeristen. Er is een dame, die vertelt dat ze uit Atjeh komt en de tsunami heeft meegemaakt en daarom niet terug durft naar haar dorp. De reden, dat we hier naar toe willen, is omdat in dit museum veel te leren is over de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië. Tenslotte is opa hier ook 3 ½ jaar geweest. Na een poosje wachten komt een vriendelijke man ons begroeten en gaat zich vervolgens achterin het kantoortje omkleden. Daarna komt een andere jongeman, die ons in gebrekkig engels gaat rondleiden. Gelukkig zijn er veel schilderijen over de onafhankelijkheidsstrijd, waaruit wij veel kunnen afleiden. Duidelijk wordt, dat de Indonesiërs amper wapentuig hadden. Hun kracht zit in de guerrilla, waar de Nederlanders niet tegen op kunnen. Het was een zeer interessant bezoek. Voor wie van de geschiedenis houdt de moeite van bezoeken waard.

Om een uur of tien gaan we op pad naar Cipanas. Cipanas is een klein resortdorpje op de route tussen Bandung en Pagandaran (onze volgende stop), hier kunnen we heerlijk wandelen en eventjes lekker uitrusten. Dat uitrusten komt mij zeker goed uit, ik voel me moe, slap, heb hoofd- en spierpijn, een waar feest dus.
Gelukkig duurt de autorit vandaag niet al te lang, na een uur of twee (en een half) komen we aan in Cipanas. Wat een heerlijke rust zeg, na die drukke Javaanse steden! De omgeving is erg mooi, maar ik ben vooral blij dat ik hier lekker op bed kan ploffen, ook al is het nog maar één uur. Het hotel hier is erg mooi, er zijn mooie tuinen aangelegd, en de kamers zijn een soort van bungalows met een terras gebouwd boven een grote vijver. Het ziet er goed uit, heerlijk voor twee daagjes.
De rest van de middag doen we niet veel, vooral ik niet. De anderen zijn nog een stukje gaan wandelen in het dorp, om de verveling te killen. Ik heb een beetje tv gekeken en op bed gelegen. Thank god for HBO! Dankzij HBO heb ik me niet doodverveeld en heb ik Angels & Demons en Ratatouille kunnen zien. Sara en Jan maken nog een wandeling in de fraaie omgeving.
We eten bij het restaurant van het hotel, de anderen vinden de gerechten erg lekker. Ik hou het bij wat witte rijst (jippie..) om de maag te laten kalmeren. ’s Avonds kunnen we lekker op het terras relaxen. Ik ben blij als ik in slaap val onder de klamboe, voor mij was het letterlijk en figuurlijk een schijtdag. Morgen meer schijtdagverhalen… maar dan niet voor mij ;).

Ik wordt heerlijk uitgerust wakker vandaag. Wat een heerlijk gevoel zeg, na zo’n dagje helemaal kapot te zijn van die kut reizigersdiarree, tsjah het hoort erbij hè! Ik ben trouwens niet de enige die nog aan het racen is, Roelfien heeft er nog steeds een beetje last van. Sara is het volgende slachtoffer, bij haar is deze nacht de boel flink in gang gezet. Zij ligt nu helemaal kapot in bed, erg zielig. Het is half tien als ik opsta, ik heb bijna het klokje rond kunnen slapen. De enige klacht die ik nog heb is misselijkheid, maar daar valt overheen te komen. We beginnen alle drie met de zakjes ORS (een zout/zoet oplossing met elektrolyten ) om uitdroging te voorkomen. Het heeft een vies smaakje, nog een klein beetje gered door de limoensmaak. Ik krijg het met moeite weg met mijn misselijkheid, thank god for meelkoekjes om de smaak te neutraliseren ;) . Sara en Roelfien zijn niet misselijk en krijgen het dus wat makkelijker weg. Het is jammer, je ziek voelen op vakantie, maar voor Azië moet je nou eenmaal meer ontberingen doorstaan dan voor een westers land.

Na de ORS lijken bij mij de darmen weer tot rust te zijn gekomen, gelukkig maar! Bij Roelfien lijkt nu ook alles weer rustig te zijn. Alleen arme Sara voelt zich erg ziek. We doen dan de rest van de dag ook rustig aan, en zorgen dat er altijd iemand bij Sara blijft. Zo, genoeg schijtverhalen for now! Jan en ik gaan om half twaalf er eerst met de chauffeur op uit. We maken een uitstapje naar een kleine oude hindoeïstische tempel op een schiereilandje, candi cangkuang. We rijden een eerst kilometer of twintig naar een klein dorpje ten noorden van ons. Daar gaan we een traditioneel vlot op om naar de overkant te varen. Het is erg rustig en mooi hier. We krijgen een gids aangewezen om ons te begeleiden over het eiland. Hebben we dat nodig? Ach wat geeft het ook vast wel leuk.
Onze gids is een enthousiaste local, zijn Engels is gebrekkig, maar dat geeft niets. Hij laat ons het tempeltje zien, en vertelt ons over de originals. We begrijpen maar de helft, maar hè, het gaat om het idee. Het is leuk om het kleine tempeltje te bekijken. Er is ook een boom die enkel en alleen op Java, of dit eiland voorkomt (we begrepen het niet helemaal). De locals zeggen over deze boom dat, als je hem aanraakt je sterk en succesvol, oh ja, en rijk, zult worden. We bevoelen de boom dus enthousiast… ahum ;) . We krijgen ook nog een kleine rondleiding door het piepkleine dorpje (vijf huizen) op het eiland. Ze hebben hier ook een hele eigen manier van bouwen en leven, dat bewijst maar weer hoeveel verschillende volken Indonesië heeft.
Een uurtje later varen we weer terug naar ‘het vasteland’. Dan moeten we betalen, we snappen allebei niets meer van de prijzen. Maar 150.000 roepiah voor gids en overtocht schijnt de prijs te zijn. Misschien hebben we teveel betaald, maar die 15 euro was het wel waard, we kunnen het makkelijk missen ;) . We rijden weer terug naar het hotel zodat ik Roelfien kan afwisselen.

Ohja nog een ding. Misschien heeft die boom nu al een effect, aangezien ik kort daarna ineens mijn eetlust weer terug had. Zou het dan? Wie weet?

Vanaf hier neemt Roelfien deze blogentry over, waarom ze over zichzelf in de derde persoon schrijft weet ik niet zo goed, but please, enjoy!

Roelfien heeft besloten een frisse duik te nemen op het moment dat Chris en Jan terugkomen. Chris blijft bij de zieke Sara. De bestemming is het kleine stadje Garut in de buurt. Hier een hapje eten en dan maar rondneuzen. Agus is op zoek naar een behoorlijk restaurant, maar wij vinden de Indonesische warungs of andere eettentjes veel leuker. Even later duikt hij achter een zeil en gebaart ons te volgen. Twee jochies van een jaar of twaalf staan te kokkerellen. Saté. Ziet er goed uit. Kipsaté en van de beef. Bij het tentje aan de overkant bestelt Agus nog een Gado-Gado. Da`s de specialiteit van de overkant. Als het eten klaar is, krijgt Jan alles voor zijn neus. Agus is juist even de auto aan het controleren. Aangezien niet duidelijk is wat Jan wel en wat niet heeft besteld, valt hij aan op de Gado-Gado van Agus. Deze kan er gelukkig de humor wel van inzien. De boys gaan niet meer naar school. Ze hebben de elementary school doorlopen. Genoeg! Dan maar helpen in het stalletje van moeders? Van twee uur s`middags tot twee uur s`nachts. De saté is werkelijk heerlijk. Alleen krijgen we er koude thee bij geserveerd. Niet te drinken. Ook Agus raakt het niet aan.
Jan en Roelfien gaan de stad verkennen = winkeltjes kijken. Jan wil graag een paar dunne overhemden scoren. Tot dusverre niet gelukt. Dan zien we een zaak met een herenafdeling. Achter de toonbank staat de baas en een viertal giechelende meiden. Als Jan naar de prijs vraagt bij één van de meisjes, klinkt er slechts gegiechel. Engels is teveel gevraagd. De meisjes zijn echter wel heel behulpzaam. Nu moeten we weten welke maat het is. De baas gaat zich ermee bemoeien. Prachtig gezicht. Order van de baas en vier meisjes zoeken driftig naar het gevraagde. Overhemd uitgevouwen en niet goed? Zie je vier meisjes op een rij , ieder bezig alles weer op te vouwen onder toezicht van de baas. Het lukt Jan twee mooie hempies te scoren: 13 euro omgerekend. Roelfien gaat op zoek naar een sarong. Die hebben we nog steeds niet te koop gezien. Dan maar vragen in een zaak met stoffen. Bingo! Alleen hier praat niemand een woord over de grens. Dit is dus handen en voetenwerk, maar Roelfien heeft twee mooie sarongs uitgezocht. Handig op het strand en thuis weer als tafelkleed te gebruiken.

Even later hebben we Agus en auto teruggevonden. De parkeerwacht (heb je hier overal – gewoon zelf het verkeer gaan regelen, of in dit geval het verkeer tegenhouden, zodat we achteruit kunnen rijden en invoegen in het verkeer. Even een paar roepies door het raam naar de assistent en karren maar. Soms lijkt het wel of iedereen maar op straat gaat staan om het verkeer te regelen. Al dan niet betaald.

Terug in het hotel is het alweer tijd voor de warme avondhap. In het dorpje staat ergens restaurant aangegeven, maar er is niets te zien. In het hotel is het eten goed , dus waarom daar niet gegeten. Al weer een dag voorbij, waarin we ons blijven verbazen. Jaja, de schijtdagen zijn nog steeds niet helemaal afgelopen.. het is me wat! Sara voelt zich nog steeds behoorlijk kut als ze wakker word, en turista is nog niet over. Helaas voor Sara zullen we ons vandaag toch moeten verplaatsen. We zullen vandaag een lang stuk gaan rijden naar Pagandaranrandanran, ik kan de naam maar niet onthouden. Gelukkig voor Sara kunnen we vandaag wel vrij laat weg, om half tien.
De rit van vandaag voert ons langs mooie stukken countryside, veel rijstterrassen en een mooi riviertje vooral. Het is helaas wel bewolkt voor het grootste gedeelte van de tijd. Omdat Sara zo beroerd is maken we zo min mogelijk stops langs de weg, zij wil het liefst zo snel mogelijk in Pagandaran aankomen. Agus woont in een dorpje langs de route van vandaag, hij wilde graag met ons een uurtje wandelen langs de rijstvelden bij zijn dorp, helaas moeten we dat dus laten schieten. We bezoeken nog wel eventjes kort zijn huis. Het is niet erg veel, waarschijnlijk een beetje zoals veel mensen hier leven. Zijn kinderen zijn erg schattig, en zijn vrouw is erg aardig. Agus kijkt ook nog of de dorpsdokter thuis is, Roelfien heeft nu al behoorlijk wat dagen last van de turista, en wil nu toch eventjes een dokter bezoeken. De dokter blijkt er niet te zijn, dus rijden we verder.

Al met al heeft de rit van vandaag zo’n uur of vijf geduurd. Dat voelt toch wel erg lang. Dat komt met name doordat wij niet helemaal comfortabel in het busje zitten. De beenruimte is voldoende, maar de vloer is erg hoog, dus zitten we met onze knieën omhoog, wat erg vermoeiend is, de raampjes zijn ook aardig laag, waardoor het naar buiten staren ook niet al te comfortabel is. De omgeving was wel erg mooi, maar helaas staan er op het overbevolkte Java altijd wel gebouwen langs de weg, waardoor je uitzicht vaak geblokkeerd wordt. Om vijf uur komen we bij het hotel aan, wat er degelijk uitziet. We maken eerst een wandeling langs het strand, het ziet er hier mooi uit. Aan oostkant van Pagandaran is een schiereiland met een national park erop, ziet er mooi uit vanaf hier! Tegen zessen gaan we eten aan de overkant van het hotel, bij het Relax Restaurant. Dit was een tip van de lonely planet. Het restaurant wordt gerund door een Zwitserse eigenaar, daarom kan ik weer eens lekker losgaan op Westers eten. Zelfs de salades vallen hier te vertrouwen, ze wassen de groenten hier met gekookt water. De mini pizza's met salade die ik bestel zijn super lekker, dat had ik eventjes nodig. Na het eten gaat Roelfien met Agus naar de dokter. Een uurtje later is ze terug met een antibioticum, de dokter vermoedt dat het een hardnekkige bacterie is.
Rond een uur of tien vallen we zoals gewoonlijk weer lekker in slaap, na een vermoeiende dag.

Gisteren hadden we met Agus afgesproken dat hij een gids zou huren voor de activiteiten van vandaag. Nadat we ons (karige ontbijtje) genuttigd hebben staat Agus al klaar met de gids, ook Agus geheten. We noemen hem de rest van de dag Agus II . Agus II (een vriend van Agus I) blijkt een hele aardige kerel te zijn. Hij spreekt zelfs een aardig woordje Nederlands, erg leuk. We zullen vandaag heel wat stops gaan maken in de omgeving. Eerst gaan we bij een lokale dokter langs, Sara wil ook eventjes een receptje, aangezien haar problemen nog steeds niet helemaal voorbij zijn. Verder zal ze wel gezellig mee op pad gaan vandaag gelukkig. De eerste echte stop is bij een klein kroepoekfabriekje, gewoon homemade. Daar nemen we eventjes een kijkje. Het is best leuk om te zien hoe de (heerlijke) kroepoek gemaakt wordt, nog heel kleinschalig allemaal. Buiten leggen ze de kroepoek te drogen, waarna ze enorm uitzetten. De kroepoek hier is hemels, een stuk beter dan dat neppe spul van Conimex! We nemen nog twee zakjes kroepoek mee, als lekkere snack voor onderweg.
Eventjes verderop maken we een stop bij een lokale Wajangpoppen fabriek. Degene die ons rondleidt heet…. Wait for it…. Agus! Meteen omgedoopt tot Agus III. De kleine rondleiding is erg leuk! Agus III maakt de poppen zelf ook, om één pop te maken is hij twee weken bezig, allemachtig zeg! De details op de poppen zijn dan ook echt super mooi, echt echt vakmanschap. Roelfien kan het niet laten en koopt een van de poppen voor 500.000 rupiah als een leuk souvenir. We hebben niet genoeg geld bij ons, gelukkig biedt Agus III aan om ’s avonds tussen zes en zeven de pop te komen afleveren. Roelfien is gelijk helemaal in haar nopjes!
Het is een kilometer of tien rijden naar de volgende bestemming, de green canyon. Dit is een mooie creek met echt groenig water met geweldige beplanting aan weerszijden. Er staat een lange rij, aangezien het druk is. Maar gelukkig hebben wij Agus II bij ons, hij loopt op een van de schippers af, en regelt zomaar dat we gelijk het water op kunnen! Het is een mooi tochtje over de rivier in een leuk traditioneel bootje. Op het eind komen we bij de echte canyon aan, super mooi! We zouden hier kunnen zwemmen, maar aangezien het een zaterdag is, is het erg druk, we besluiten daar dus maar van af te zien. 45 minuten later zijn we weer aan wal. We rijden door naar een mooi strandje, hier blijven we een uurtje of anderhalf lekker relaxen op het strand. We eten ook nog een hapje bij een restaurantje. De door mij bestelde tomatensoep is geen succes, erg bitter en weinig tomatensmaak. Het zal wel niet de specialiteit zijn.
Verderop is een brug gebouwd, door Agus II de Golden Gate Bamboo bridge genoemd. Het is een bruggetje over de rivier gebouwd door de lokale bevolking, omdat ze anders een heel stuk om moeten rijden iedere keer. Er passen alleen maar scooters over, en niet meer dan twee tegelijkertijd. Het is ook een beetje wankel, maar wel een leuke stop. We wandelen verder terug naar de hoofdweg waar Agus de eerste ons weer oppikt.
De laatste stop op de route is bij een schildpaddenconservationprogram (scrabble ;) ) . Hier verzorgen ze schildpadden en laten ze ze als ze oud genoeg zijn vrij in de zee. De schildpadden worden hier ernstig bedreigd, goed dat er dus zo’n initiatief is! Het dus echt leuk om deze beesten te zien, ik kan me niet herinneren ze eerder gezien te hebben. Je kunt ze zelfs vasthouden, check Sara maar met haar grote liefde op de foto! Op de terugweg kunnen we langs bij de dokter, want eerder vandaag hadden we al een nummertje gehaald. Ook Sara krijgt een anti- en probiotica kuurtje. Hopelijk is al deze schijterij dan echt over, en kunnen we een punt zetten achter ‘de schijtdagen’. Het is inmiddels al half zes, de zon gaat hier dan al bijna onder, bij het strandje stoppen we nog voor een paar mooie foto’s.
Tegen zes uur zijn we weer bij het hotel. We nemen afscheid van Agus de tweede, we hebben echt een hele leuke dag hier gehad mede dankzij hem! We eten weer bij hetzelfde restaurant als gister, dit keer met zijn vieren (en met vier magen die kunnen eten). Drie van ons nemen de heerlijke mini-pizza's, Jan neemt een tonijnsalade en nasi goreng. Het smaakt allemaal weer heerlijk, net als gister. Erg duur is het trouwens ook niet! Het is zaterdagavond hier, dus zijn er parties. Bij ons hotel is er een of ander simpel synthesizer bandje aan het spelen met het volume op tien. Hoewel we erg moe zijn, moeten we tot elf uur wachten voordat de herrie eindelijk voorbij is. Om elf uur kunnen we dan eindelijk tevreden in slaap vallen na een lange maar super leuke dag.